Psychopathische masker: over wantrouwen en toevertrouwen

4. Het Psychopathische masker: over wantrouwen en toevertrouwen

De Psychopatische karakterstructuur draait om valse autonomie. Het is het masker van “ik red me wel” en “ik heb niemand nodig”. Dit is het masker van de de charismatische leiders en leidinggevenden. Ze weten wat er moet gebeuren en rusten niet voordat het gebeurd is. Het zijn de ultieme interims en crisismanagers. Hun motto is “Niet lullen maar poetsen”.

In hun taakgerichtheid en daadkracht, schoppen ze weleens tegen het verkeerde been en raken ze mensen kwijt. Ze kunnen zich soms moeilijk verplaatsen in anderen, zeker als die kwetsbaarheid of ‘zwakte’ laten zien. Dit masker heeft zichzelf wat opgeblazen en zich daarmee wat groter gemaakt dan het werkelijk is. Het lijkt enorm autonoom maar heeft niet het vertrouwen zich aan anderen toe te vertrouwen. Dat maakt de autonomie onvrij.

4.1 Kwaliteit

De Psychopaat blinkt uit in daadkracht. Hij weet van aanpakken en van initiatief nemen. Hij krijgt dingen gedaan en rust niet voordat zijn projecten succesvol zijn afgerond. Hij heeft weinig moeite met initiatief nemen en knopen doorhakken. Vooral in crisissituaties is hij een rots in de branding.

Met zijn charisma weet hij anderen te enthousiasmeren en te motiveren om verder te gaan dan ze zelf mogelijk achtten. Hij geniet van nieuwe uitdagingen en toont daarin zijn moed en waarde.

4.2 Kenmerken

4.2.1 Gefixeerde daadkracht
De psychopaat staat altijd ‘aan’. Hij heeft geen rust en heeft voortdurend nieuwe prikkels en uitdagingen nodig. Door nooit te rusten verdoezeld hij de wens om klein te zijn, te steunen en te kunnen rusten. Hierdoor ontstaat een hardheid en een minachtig voor anderen die wel uiting geven aan het belang van de zachtere kanten van het leven.

4.2.2 Wantrouwen
Uiteindelijk vertrouwt de Psychopaat alleen op zichzelf. Aangezien hij al heel vroeg op eigen benen stond, heeft hij nooit leren vertrouwen dat anderen hem steunen of het beste met hem voor hebben. Omdat hij zijn kwetsbaarheid en behoefte aan steun miskent, gelooft de ander werkelijk dat hij niets nodig heeft en leert het ook snel af om hulp aan te bieden. Daarmee bevestigd de Psychopaat uiteindelijk de overtuiging dat er niemand voor hem is.

4.2.3 Competitie
Een belangrijke drijfveer van de Psychopaat is om te winnen. Elke onderneming of ontmoeting wordt tot wedstrijd gemaakt en winnen is de enige mogelijke uitkomst. Falen is geen optie. Vanuit zijn wantrouwen en de verwachting dat anderen erop uit zijn hem een kopje kleiner te maken, is hij voortdurend alert op mogelijke uitdagers en maakt hij korte metten met hen.

4.3 de Psychopaat in contact.
De Psychopaat zet zichzelf neer als groot en onaantastbaar. Zijn charisma en jovialiteit zijn aantrekkelijk maar zijn pantser maakt hem ook ontoegankelijk. Contact wordt niet snel persoonlijk omdat je zijn kwetsbaarheid niet te zien krijgt en hij minachtend is over het jouwe.

Zijn kracht en scherpte boezemt vaak angst in maar in tijden van crisis is hij een rots in de branding. Je kan op hen rekenen om het hoofd koel te houden en te doen wat er nodig is om de crisis af te wenden.

Zijn betrouwbaarheid en stevigheid zijn in het begin van de relatie vaak een verademing. Eindelijk iemand om op te bouwen! In de loop van de tijd wordt helder dat de miskenning van zijn zachte kant voorkomt dat ware intimiteit tot stand komt. Hij blijft zijn eigen plan trekken en op eigen benen staan. Door de relatie en de intimiteit en nabijheid die dat impliceert, voelt hij zich in het nauw gedreven en gebruikt hij wrijving en strijd om de afstand te vergroten.

In een relatie met een psychopaat speelt de strijd om de ‘boven positie’. Hij geeft deze plek niet gemakkelijk op en schuwt de aanval niet om je in de ‘onder positie” te houden. Alleen met veel geduld lukt het je als partner om het pantser open te breken. Hoewel hij het moeilijk vindt te verzachten, kan hij dan jouw kracht, vertrouwen en geduld waarderen, zoals een krijger een goede tegenstander waardeert.

4.4 Oorsprong

4.4.1 Ontwikkelingspsychologie
Net als bij de Symbioot vormt dit masker zich in het 2de en 3de levensjaar. In het ontdekken van de wereld en zijn eigen autonomie heeft het kind regelmatig de steun en het vertrouwen van zijn ouders nodig. Het kan ‘de grote’ in zijn avonturen in de wereld zijn, om daarna weer als ‘de kleine’ weg te kruipen bij zijn ouders. Dit komen en gaan helpt het kind een gezond zelfvertrouwen te ontwikkelen en een balans te vinden tussen zelfstandigheid en ondersteuning.

In de opvoeding van de Psychopaat lag de nadruk vaak op het doen en het presteren. Zijn successen en verworvenheden werden geroemd en beloond door zijn ouders en er was daarin een honger naar meer, het leek zelden genoeg. Hij kreeg daardoor niet de tijd zijn eigen tempo te volgen. Het moest altijd sneller en ook dán was er geen rust. Er moest weer een nieuwe mijlpaal gehaald worden.

Daarnaast miste vaak de veilige bedding om te mogen falen en dan te kunnen wegkruipen. Doordat zijn kwetsbare en ‘kleine’ kant miskent werd, leerde hij al vroeg dat hij maar beter de beste kan zijn. Falen en om hulp vragen zijn geen optie meer.

4.4.2 Systemische invloeden
Het kind ervaart de afwezigheid van steun onbewust als verraad van de ouders. Dit vertaalt zich in minachting en zichzelf nog verder opblazen. Het maakt zichzelf daarmee groter dan zijn ouders en gaat op de plek van hun ouders staan: parentificatie. De wenselijke gangbare dynamiek van ouders die voor hun kinderen zorgen, wordt hiermee omgedraaid.

Dit alles gebeurt ook als het kind al heel vroeg wordt uitgenodigd door de (emotionele) afwezigheid van (meestal) vader. Het groeit hierdoor te snel op en krijgt te snel te veel verantwoordelijkheid.

4.5 Taak

4.5.1 Kwetsbaarheid toe-eigenen
De psychopaat heeft zijn kwetsbaarheid aan te kijken. In de ogen van iets wat nóg groter is dan hij, kan hij zijn nederigheid herinneren. Van moeder Aarde, god of de dood kan zelfs híj niet winnen. Door zijn eigen kwetsbaarheid en zijn behoefte aan steun en geborgenheid te erkennen, kan de valse lucht wegstromen en kan hij gemakkelijker ook de ‘kleine’ positie innemen. Hij moet hiervoor langs het ‘verraad’ van zijn ouders en de eenzaamheid die zijn zelfstandigheid en kracht hem gekost heeft.

4.5.2 Toevertrouwen
De Psychopaat heeft te ontdekken dat de meeste mensen het beste met hem voor hebben. Niet iedereen is erop uit hem onderuit te schoppen of zijn vertrouwen te beschamen. Als hij iets over overgave en samenwerking leert, dan komt er meer zachtheid in zijn daadkracht. De menselijke maat komt er meer in en tegelijkertijd wordt de impact van de samenwerking nog groter. Zo transformeert de ‘valse’, onvrije autonomie naar een ware autonomie waarin hij keuzevrijheid heeft tussen zelfstandig en samen.

4.5.3 Gelijkwaardigheid accepteren
Als hij zijn wantrouwen en zijn hardheid een stukje heeft opgegeven, komt er ruimte voor gelijkwaardigheid. Hij kan gaan zien dat relaties een uitwisseling en een bepaalde vervloeiing met zich meebrengen. Hij kan nu dienstbaar zijn aan het geheel, in plaats van alleen aan zijn eigen succes.